Event kalender 2019

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31

Event overzicht 2019

10
okt
Pathé Theater
-
Ede
Datum: 10 oktober 2019, 09:00
Het 13e Nationaal multidisiciplinair congres voor wondprofessionals

Nieuws wondzorg

Twaalfde congres voor wondprofessionals met een duidelijke boodschap:

Laat je horen en werk samen!

Het jaarlijkse Nationaal Multidisciplinair Congres voor Wondprofessionals is eigenlijk al vanaf het begin een afwijkend congres geweest ten opzichte van  andere congressen op ons vakgebied. Door de keuze van onderwerpen en sprekers, door de gekozen vorm van het congres en door het simpele feit dat het nooit de doelstelling is geweest om zo veel mogelijk deelnemers naar dit congres te lokken. Het twaalfde congres vormde hierop geen uitzondering. Wel bijzonder was dit keer de keuze voor het onderwerp “Wondzorg, waar sta ik?” en het gegeven dat er  meer deelnemers dan ooit naar Ede kwamen. Wellicht kwamen zij juist op het onderwerp af, om zich actief te kunnen bemoeien met de discussie over hun eigen positie binnen de wondzorg. De onlangs aan de overheid gepresenteerde Kwaliteitsstandaard Organisatie Wondzorg Nederland raakt immers iedereen binnen ons vakgebied en daarom was de keuze voor het onderwerp een schot in de roos. Het resultaat? Een boeiend congres met twee duidelijke take home boodschappen: “professionals op de werkvloer moeten zich nu duidelijk laten horen” en “zoek verbinding met elkaar vanuit het perspectief van de patiënt”.
 

Het Pathé theater in Ede was opnieuw een uitstekende locatie voor het jaarlijkse NTVW congres voor wondprofessionals dat half oktober voor de twaalfde keer werd gehouden. De bioscoopfaciliteiten werden optimaal benut voor de illustratieve openingsfilm van het congres. Hierin werd vooral duidelijk gemaakt dat er nog tal van onduidelijkheden en onzekerheden leven op de werkvloer over de gevolgen van de nieuwe Kwaliteitsstandaard. Er werd gedurende de dag regelmatig gezegd dat de Kwaliteitsstandaard pas recent was gepresenteerd en dat de feitelijke invulling en implementatie van de standaard nog heel wat voeten in de aarde zal hebben. Dat is zeker waar, maar de emoties en het gevoel van onrust bij de mensen die al jarenlang betrokken zijn bij de feitelijke behandeling van wonden zijn zeker niet minder waar. Het volgende citaat uit het voorwoord bij de het programmaboekje maakte dat indringend duidelijk. “De wondzorg goed gaan organiseren komt feitelijk neer op een reorganisatie. Een grote reorganisatie, waarbij van vele eilandjes een continent moet worden gemaakt. We gaan door een overgangsfase en die kan voor sommigen heel pijnlijk zijn. Verpleegkundigen kunnen tussen de wal en het schip vallen. De kundigheid en ervaring die zij gedurende veel jaren hebben opgebouwd, vinden nog maar moeilijk een plaats in de gedroomde nieuwe organisatie. Zo gaan handelingen van verpleegkundigen straks misschien over naar een collega, die weliswaar bevoegd is binnen de nieuwe constructie, maar die wel veel minder bekwaam is. Hoe wordt er omgegaan met dit soort problemen?” De thematiek van het wondcongres is daarmee goed verwoord. Alle reden dus om hierover op het congres met elkaar te discussiëren. Natuurlijk is het duidelijk dat de verandering van de organisatie van de wondzorg niet binnen een paar uur tijdens het congres zal worden geregeld. Maar erover praten met veel verschillende professionals en andere meningen en gedachten horen, kan zeker helpen bij het bepalen van de eigen positie. Deze dag heeft  daar ongetwijfeld een aanzet toe gegeven.

                       Marktwerking                       

Journalist en onderzoeker Sander Heijne opent het congres met een boeiende voordracht over de in zijn ogen uit de hand gelopen marktwerking in de publieke sector. In zijn boek “Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u” maakt hij op een indringende manier duidelijk dat meer marktwerking in verreweg de meeste gevallen niet leidt tot goedkopere en betere voorzieningen voor het grote publiek. Terwijl dat nu juist wel de achterliggende gedachte is geweest bij het op de commerciële markt brengen van publieke voorzieningen als het spoor en de post. Bij de zorg is het helaas niet veel anders gegaan. De mengvorm van solidariteit enerzijds en de vrije markt anderzijds maakt de zorg volgens Sander Heijne tot een zeer ondoorzichtig geheel. Het ondernemersbelang loopt immers maar zelden synchroon met het publieke belang. Medisch specialisten, patiënten, zorgverzekeraars en overheid zorgen met elkaar niet alleen voor kostenstijging, maar ook voor een verstikkende bureaucratie die op zichzelf ook weer kostenverhogend werkt. Het ontbreken van een duidelijke regiefunctie in dit krachtenveld speelt hierbij een grote rol. De oplossing is niet zo simpel. Sander Heinen geeft wel een denkrichting aan. Mensen op de werkvloer weten het beste waar ze tegenaan lopen bij hun dagelijkse werk. Wat zijn de knelpunten, hoe kunnen zaken slimmer en effectiever worden geregeld? Om al dit soort wezenlijke informatie te verzamelen en in beleid om te kunnen zetten, is het noodzakelijk dat beleidsmakers met de werkvloer gaan praten en vooral goed luisteren. En mensen op de werkvloer zullen zich moeten organiseren en zich duidelijk moeten laten horen. Een veel betere communicatie tussen werkvloer en beleidsmakers leidt tot meer betrokkenheid, meer kennisdeling en uiteindelijk tot betere oplossingen.

Geen IKEA  

Verpleegkundig specialist en MSc Wound Healing & Tissue Repair Jacqueline Vestjens, medeoprichter van het kenniscentrum Wondbehandeling in Venray, maakt in de volgende lezing duidelijk dat de patiënt geen boodschap heeft aan hoe de wondzorg is geregeld. Zolang de beste kwaliteit maar kan worden geboden en wel zo dicht mogelijk bij de patiënt thuis. Eerstelijn zo lang het kan, tweedelijn pas dan als het nodig is. Maar wel met heldere afspraken en met een realistisch behandelplan, dat samen met de patiënt wordt opgesteld. Basisvoorwaarde voor een goed behandelplan is een goede diagnose. Jacqueline Vestjens benoemt een aantal knelpunten waarvoor de Kwaliteitsstandaard bepaald geen oplossing biedt. Wie stelt de eerste diagnose? In de thuissituatie is dat vaak de huisarts en die beschikt meestal niet over de nodige kennis op dit specifieke terrein. De verpleegkundig specialist, die binnen de nieuwe plannen als regiebehandelaar optreedt, bouwt binnen de opleiding geen kennis over wondzorg op en zal de kennis dus ergens anders vandaan moeten halen.





De termijn van drie weken, die in de Kwaliteitsstandaard als doorverwijzingstijd wordt genoemd, begint op het moment dat de eerste behandelaar de patiënt met de wond ziet. Bij het kenniscentrum Wondbehandeling -en niet alleen daar- gaat de termijn van drie weken in vanaf het moment dat de wond is ontstaan. Een wezenlijk verschil. Jacqueline Vestjens sluit haar lezing optimistisch af met de opmerking dat de Standaard een mooie eerste aanzet kan zijn tot kritisch kijken naar de bestaande organisatie van de wondzorg. En dat binnen de nieuwe organisatie geen plaats meer zal zijn voor het IKEA-denken van professionals, waarbij de letters IkEA staan voor “Ik Kan Echt Alles”. Samenwerken dus vanuit het besef dat de eigen kennis haar beperkingen kent.

 

                Stemmig zwart en eilanden  

Kasia Huisman, wondzorg expert en dermatologie verpleegkundige bij BrabantZorg, is voor de gelegenheid in stemmig zwart gekleed. ‘Ik ben in de rouw vanwege het einde van een tijdperk. Ik ben de dodo, de uitgestorven vogel. Binnen de nieuwe Kwaliteitsstandaard zoals die nu voorligt, kan ik niet functioneren. Het is een afscheid van een bepaalde manier van werken. Zo voel ik dat. En dat doet pijn.’ Zij geeft aan dat de standaard is opgesteld door een werkgroep die voornamelijk bestond uit medisch specialisten en dat de stem van wondverpleegkundigen niet of nauwelijks is gehoord. Dat komt ook omdat de wondverpleegkundigen nog steeds verdeeld zijn en geen krachtig gezamenlijk geluid laten horen. En dus is het volgens Kasia Huisman geen wonder dat de Kwaliteitsstandaard vooral een medische standaard is geworden.



Van eiland naar Wijland

Jolanda Alblas, physician assistant in het BovenIJ Wond Expertise Centrum in Amsterdam, heeft haar lezing de duidelijke titel “Van eiland naar WIJland” meegegeven. Zij stelt dat samenwerken binnen de keten essentieel is. Alleen zo kan kwaliteit worden geboden: binnen de muren van het ziekenhuis en in de eerstelijn bij de patiënt thuis. Als gezegd wordt dat de patiënt centraal staat, dan betekent dat niets wanneer er niet goed wordt samengewerkt en dan peddelt de patiënt van eiland naar eiland. Jolanda Alblas pleit voor duidelijkheid naar alle betrokkenen. Duidelijke afspraken, duidelijke verantwoordelijkheden. Grote thuiszorgorganisaties werken in Amsterdam veel met onderaannemers. Hoe wordt dan de kwaliteit van de zorg gegarandeerd en wie is het aanspreekpunt? Ongecontroleerd de wondzorg gaan reorganiseren zonder een goede samenwerking, zo sluit ze af, zal alleen maar meer eilandjes gaan opleveren. En de bedoeling is nou juist dat we met elkaar van eiland naar “WIJland” gaan.

 


Kennis is de basis

Verpleegkundig wondexpert Frans Meuleneire neemt de zaal mee op zijn reis door de wondwereld in België. Hij werkte jarenlang als hoofdverpleegkundige bij het St Elizabeth ziekenhuis in Zottegem en in diezelfde plaats startte hij een eigen wondcentrum. De Belgische situatie is zeker niet te vergelijken met de Nederlandse, maar de organisatie van de wondzorg moet, zo stelt hij,  altijd zo worden ingericht dat de best mogelijke zorg voor de patiënt kan worden bereikt. Multidisciplinaire samenwerking dwars door de eerste- en tweedelijn heen is daarbij essentieel. De basis van goede wondzorg is volgens Frans Meuleneire kennis op de werkvloer om de juiste diagnose te kunnen stellen. Het is om die reden dat hij al jarenlang scholingen en cursussen geeft. Hij pleit ervoor om voortdurend bezig te zijn met het verbreden en verdiepen van de kennis, ook over de grenzen van het eigen land heen.



De paramedicus in de wondzorg

Huid- en oedeemtherapeut Ellen Kuijper geeft haar lezing de titel “De plaats van paramedici in de wondzorg “ mee. Zij maakt duidelijk dat kennis en kunde van het eigen vakgebied uiteraard zo optimaal mogelijk moeten zijn, maar dat de toegevoegde waarde van een paramedicus ook helder moet zijn voor het hele netwerk rondom de patiënt. En aan die kennis schort het nog wel eens binnen de keten en zeker ook bij de patiënt. Daar is dus werk aan de winkel. In het geval van de huid- en oedeemtherapeut ligt die toegevoegde waarde in ieder geval  bij de oedeemtherapie, omdat oedeemvorming bij veel wonden echt een complicerende factor is. Ook bij de zorg voor de huid rondom de wond kan een huidtherapeut een belangrijke rol spelen. 

Verbinding

Vaatchirurg Bob Knippenberg sluit de dag af met een humorvolle en interessante bijdrage, waarin hij vanuit specialistisch perspectief, maar met een uitstekend oog voor alle bij de zorg betrokken partijen, de huidige stand van zaken binnen de wondzorg onder de loep neemt.  Kritisch en betrokken kijkt hij naar de nieuwe Kwaliteitsstandaard. Volgens Knippenberg is de eerste helft gespeeld en komt het nu aan op de tweede helft, met mogelijk nog een verlenging, om te komen tot een optimale kwaliteit van de zorg voor de patiënt met een wond. Deskundigheid, organisatie en samenwerking zijn volgens hem de pijlers voor een goede zorg, waar hij direct aan toevoegt dat samenwerking altijd moet gebeuren vanuit het perspectief van de patiënt. Als het misgaat bij de wondzorg, zo zegt Bob Knippenberg, heeft dat maar zelden te maken met een gebrek aan kennis. Het gaat juist mis bij de interactie tussen de verschillende professionals rondom de patiënt. Of beter gezegd: aan het ontbreken van de juiste interactie. En dan komt hij met misschien wel het citaat van de dag: “het gaat niet mis op verbandniveau, het gaat mis op het niveau van verbindingen binnen de wondzorg”. Daar moeten we met elkaar aan werken, waarbij de ego’s van behandelaars ondergeschikt moeten worden gemaakt. Het idee dat veel behandelaars nog hebben van “mijn” patiënt is niet alleen volledig achterhaald, het staat ook echte samenwerking in de weg. Dat claimgedrag leidt niet zozeer tot een cultuur van verschillende eilandjes,  als wel tot een structuur van ijsschotsen, volgens Bob Knippenberg. Behandelaars zitten vaak op hun eigen ijsschots en samenwerken is dan lastig; het schuurt, piept en kraakt. Dat moeten we niet willen. We moeten juist op zoek gaan naar verbinding, waarbij het perspectief van de patiënt de richting aangeeft. Dat is de opdracht aan iedereen die bij de wondzorg is betrokken. En iedereen heeft daarbij een stem.



Discussie

Het twaalfde multidisciplinaire congres voor wondprofessionals was in veel opzichten anders dan zijn voorgangers. De steun van het bedrijfsleven en het enthousiasme van de deelnemers zijn de constante factoren, maar vooral de betrokkenheid en de interactie tussen deelnemers en sprekers maakten dit congres bijzonder. Het zijn spannende tijden waarin de mogelijke veranderingen binnen de wondzorg iedereen gaan raken. De soms emotionele reacties en de levendige discussies na iedere spreker maakten dat meer dan duidelijk. Nederlanders kunnen goed polderen:  met elkaar overleggen, naar elkaar luisteren en samen tot een oplossing komen. Het zijn stuk voor stuk eigenschappen die goed van pas komen om met elkaar een organisatorische slag te slaan binnen de wondzorg.  Dit congres heeft duidelijk gemaakt dat verbinding nodig is en dat luisteren naar alle betrokkenen een basisvoorwaarde is, voor het neerzetten van een succesvolle structuur waarbinnen professionals hun patiënten optimale wondzorg kunnen bieden.  

Fotooverzicht Congres